Het base number (BN) van de cilinderolie moet passen bij het zwavelgehalte van de brandstof: te weinig alkaliteit en de cilindervoeringen corroderen, te veel en er bouwen zich afzettingen op. Deze gids legt de actuele richtlijnen van de motorfabrikanten uit, laat zien hoe u de dosering (feed rate) instelt en hoe analyse van de drain oil u vertelt of de balans klopt.
Wat het BN doet
Wanneer brandstof in een tweetaktmotor verbrandt, vormt de zwavel zwaveloxiden, die met water zwavelzuur vormen. Cilinderolie bevat alkalische additieven die dit zuur op het oppervlak van de cilindervoering neutraliseren. Het base number, of BN, is een maat voor die alkaliteit. Het is geen maat voor het reinigend vermogen of andere eigenschappen van de olie; die hangen af van de rest van het additievenpakket.
Het doel is precies genoeg alkaliteit te leveren voor de hoeveelheid zuur die ontstaat.
Twee manieren om het fout te doen
- Te laag BN voor het zwavelgehalte van de brandstof: het zuur wordt niet volledig geneutraliseerd. Waar de oppervlaktetemperatuur van de cilindervoering onder het zuurdauwpunt daalt, condenseert zuur dat de voering en de zuigerveren aantast, een proces dat meestal koude corrosie wordt genoemd. Het gevolg is versnelde slijtage.
- Te hoog BN voor het zwavelgehalte van de brandstof: ongebruikte alkalische additieven bouwen zich op als harde afzettingen op de zuiger, ook op de ringdammen. Die kunnen de oliefilm verstoren en zelf scuffing en slijtage veroorzaken.
Beide ontwikkelen zich over honderden draaiuren en worden gemakkelijk over het hoofd gezien totdat een inspectie of slijtagemeting ze aan het licht brengt. BN-keuze, dosering en monitoring moeten daarom samen worden beheerd.
BN afstemmen op de brandstof: actuele richtlijnen van de fabrikant
Ga uit van de actuele service letter van de motorfabrikant voor het betreffende motortype. MAN Energy Solutions, inmiddels Everllence, heeft in juni 2023 bijgewerkte richtlijnen voor cilindersmering van zijn B&W-tweetaktmotoren uitgegeven (SL2023-737). Samengevat:
- Brandstoffen met ten hoogste 0,50% zwavel, waaronder VLSFO, brandstoffen van 0,10% en MGO, en bedrijf op gas of methanol: een olie met BN 40. Voor nieuwere motoren wordt een hoogwaardigere categorie BN 40-olie voorgeschreven, terwijl oudere motoren beide categorieën mogen gebruiken, of op een BN 100-olie van de hogere categorie kunnen blijven draaien als de ervaring daarmee goed is.
- Brandstoffen met meer dan 0,50% zwavel, dus HSFO in combinatie met een scrubber: een olie met BN 100 tot 140 van de hogere categorie, bij oudere motoren als alternatief een BN 70-olie van de standaardcategorie, of een aan boord gemengde blend van oliën met laag en hoog BN.
- Oliën onder BN 40 worden voor deze motoren niet langer aanbevolen.
WinGD hanteert een vergelijkbare benadering: hoe hoger het zwavelgehalte van de brandstof, hoe hoger het BN, binnen gepubliceerde bandbreedtes en met oliën van de gevalideerde lijst van WinGD. Controleer, ongeacht de motor, of de bestelde olie op de goedgekeurde of gevalideerde lijst van de fabrikant staat.
Schepen die tussen brandstoffen wisselen
Een schip met scrubber dat op zee HSFO verbruikt en in havens of ECA's conforme brandstof, heeft twee mogelijkheden. De service letter van Everllence staat toe dat één olie met hoog BN voor alle brandstoffen wordt gebruikt, ook binnen een zwavel-ECA, als de ervaring met die motor dat ondersteunt. Anders heeft het schip een olie met hoog BN en een BN 40-olie aan boord, of een blendsysteem, met een duidelijke procedure voor het moment van omschakelen. Schepen zonder scrubber die afwisselend VLSFO en MGO verbruiken, kunnen op dezelfde BN 40-olie blijven, omdat beide brandstoffen ten hoogste 0,50% zwavel bevatten.
Voor motoren op HSFO raadt Everllence aan de keuze tijdens de eerste rondreizen te bevestigen met inspecties via de spoelpoorten vóór het binnenvaren en na het verlaten van een zwavel-ECA.
De dosering optimaliseren
Cilinderolie is duur, dus er is druk om de dosering te verlagen. Verlagingen moeten geleidelijk gebeuren en door gegevens worden onderbouwd.
- Voor bedrijf op laagzwavelige brandstof hanteert de service letter van Everllence een absoluut minimum van 0,6 g/kWh, een normaal minimum van 0,6 tot 0,8 g/kWh (0,8 g/kWh bij een schroef met verstelbare spoed), een veilige instelling van 1,2 g/kWh en een maximum van 1,5 g/kWh.
- WinGD geeft een juiste bandbreedte van 0,6 tot 1,2 g/kWh, met 0,9 g/kWh als uitgangspunt voor de eerste screening.
- Verlaag in kleine stappen, volgens de service letter van Everllence 0,05 tot 0,1 g/kWh, en alleen als de conditie van de cilinders en het ijzergehalte in de drain oil bevestigen dat het veilig is.
- Bij bedrijf op hoogzwavelige brandstof is de dosering gekoppeld aan het zwavelgehalte van de brandstof en het BN van de olie; volg de HSFO-richtlijnen van de fabrikant voor het motortype.
Analyse van drain oil en scrape-down oil
Drain oil uit de spoelluchtruimte, ook scrape-down oil genoemd, laat zien wat er op de cilindervoering gebeurt. De twee belangrijkste waarden zijn het resterende BN, dat aangeeft hoeveel alkaliteit er over is, en het ijzergehalte, dat op slijtage wijst.
De richtlijnen van WinGD voor oliën met BN 40 en hoger laten zien hoe de resultaten worden gelezen:
- Veilig: resterend BN tussen 25 en 50, en ijzer onder 200 mg/kg.
- Waarschuwing: resterend BN tussen 10 en 25, wat op een corrosierisico wijst; resterend BN boven 50, wat op een risico van afzettingen wijst; of ijzer tussen 200 en 500 mg/kg.
- Gevaar: resterend BN onder 10 of ijzer boven 500 mg/kg, wat onmiddellijk ingrijpen in dosering of BN vereist.
De richtlijn van Everllence voor drain oil, uitgegeven in november 2025 als SL2025-776, beveelt analyse door een geaccrediteerd laboratorium aan elke 1.500 draaiuren of drie maanden, met tussentijdse tests aan boord als vroegtijdige waarschuwing. De richtlijn benadrukt ook dat ijzerwaarden moeten worden gecorrigeerd naar een referentiedosering en samen met het zwavelgehalte van de brandstof en het resterende BN moeten worden beoordeeld, omdat verdunning door systeemolie beide cijfers kan verlagen.
Een praktische routine
- Stel voor elke tank het zwavelgehalte van de brandstof vast aan de hand van de BDN en de laboratoriumresultaten.
- Kies olie en BN volgens de actuele service letter voor het motortype.
- Stel de dosering in binnen de bandbreedte van de fabrikant en leg die vast.
- Neem regelmatig monsters van de drain oil, aan boord en via een geaccrediteerd laboratorium, en volg de trend van de resultaten.
- Inspecteer via de spoelpoorten met de door de fabrikant aanbevolen intervallen, en na elke wisseling van brandstof of olie.
- Pas dosering of BN alleen in kleine stappen aan, en leg bij elke wijziging de reden vast.
Door smeerolieleveringen samen met de bunkerleveringen te plannen, zorgt u ervoor dat de juiste oliën aan boord zijn voordat het schip in een ander vaargebied gaat varen. Atlas Bunkering verzorgt smeerolieleveringen voor reders en managers op dezelfde basis als brandstof, aan de kant van de reder: het stelt uitsluitend betrouwbare leveranciers voor en geeft het bedongen tarief door.
Vragen en antwoorden
Kan ik bij VLSFO een olie met BN 100 gebruiken?
Alleen als de motorfabrikant dat voor het motortype toestaat. De actuele richtlijn van Everllence beveelt BN 40 aan voor brandstoffen met ten hoogste 0,50% zwavel, waarbij BN 100 van de hogere categorie wordt geaccepteerd bij oudere motoren, en één olie met hoog BN bij scrubbermotoren, als de ervaring goed is. Let nauwlettend op afzettingen.
Heb ik voor MGO in een ECA een andere cilinderolie nodig?
Meestal niet, als het schip op VLSFO al een BN 40-olie gebruikt, omdat beide brandstoffen ten hoogste 0,50% zwavel bevatten. Scrubberschepen op een olie met hoog BN schakelen ofwel over op BN 40 of houden, als de motorfabrikant dat toestaat en inspecties een goede cilinderconditie bevestigen, dezelfde olie aan.
Hoe vaak moet de drain oil worden geanalyseerd?
Everllence beveelt analyse door een geaccrediteerd laboratorium aan elke 1.500 draaiuren of drie maanden, aangevuld met tests aan boord. Volg de specifieke richtlijnen voor uw motor.
Bronnen
- MAN Energy Solutions Service Letter SL2023-737: Cylinder lubrication update
- WinGD: Lubricants, fuel, lubricants and water guidelines
- Marine Log: New Everllence guidance on two-stroke engine drain oil monitoring
Deze gids bevat algemene informatie en is geen juridisch of technisch advies. Controleer voor uw schip de geldende regels en de richtlijnen van uw motorfabrikant.